Workshop  IRISquilten

KLEINE LANTAARN

fibermail

paper piecing

 

Nodig

Voor de lantaarn: 20 x 2,5 cm stof lichtgeel (A) en stof geel (B); 20 x 3 cm stof geel met witte stip en stof geel met streep (D); 3 x 3 cm glansstof goud; tweemaal 9 x 9,5 cm vlieseline L11; 5 x 10 cm lichtbruine stof en idem vlieseline L11 voor de kap;

Voor de rest: 17 x 12,5 cm blauwe dessinstof voor de ondergrond; kaartkarton tweemaal 15 x 10,5 cm wit

Werkwijze

Trek de lantaarn met cijfers, dus zonder kap, over op de vlieseline. Leg het stukje glansstof met de goede stofkant op de snijmat. Plaats vak m in het midden van het patroon erop en speld de glansstof vast. Rijg net buiten de stiklijn stof en vlieseline samen. Keer je werk om en knip de glansstof in vorm met een naadje. Laat daarbij het patroon heel!

 

Voor vak 1 * leg 3,5 cm stof A op de snijmat met de goede stofkant naar je toe, plaats het patroon erop bij de stiklijn van vak 1, bovenkant gelijk met de naadrand van de glansstof. Speld vast en naai, aan de cijferkant, samen over de stiklijn van vak 1. Keer je werk om en knip de naad kort af. Klap het strookje stof A open, bedek daarmee vak 1 en druk de vouw plat. Zet het strookje met een speld op de volgende stiklijn vast.

Voor vak 2 leg 3,5 cm stof B op de snijmat met de goede stofkant naar je toe, plaats het patroon erop bij de stiklijn van vak 2, bovenkant gelijk met de naadrand van de glansstof. Ga verder als bij vak 1

Voor vak 3 leg 3,5 cm stof C op de snijmat met de goede stofkant naar je toe, plaats het patroon erop bij de stiklijn van vak 3, bovenkant gelijk met de naadrand van de glansstof. Ga verder als bij vak 1.

Voor vak 4 leg 3,5 cm stof D op de snijmat met de goede stofkant naar je toe, plaats het patroon erop bij de stiklijn van vak 4, bovenkant gelijk met de naadrand van de glansstof. Ga verder als bij vak 1.

 

De eerste ronde is klaar! Knip uitstekende puntjes stof met naadje af zodat weer een vierkante vorm zichtbaar wordt en je de strookrichting kunt zien voor de volgende ronde. Herhaal voorgaande handelingen vanaf * met steeds langere strookjes op vak 4, vak 5, vak 6 enz. De juiste maat stof vind je door te meten op het patroon en een royale naadtoeslag aan te houden. Wissel steeds de vier kleuren af, maar houdt dezelfde kleurvolgorde aan. Rijg na het laatste strookje met kleine steekjes de lantaarn iets buiten de stiklijn vast op de vlieseline.

 

VERDER

Teken de kap op de vlieseline en naai vlieseline en de licht bruine stof met de goede kanten rondom op elkaar. Knip de naadjes kort af en de rondingen iets in. Knip een kruis in de vlieseline en keer de kap. Naai het kruis met overhandse steek dicht.

Herhaal deze handelingen met de lantaarn.

Appliqueer de lantaarn op 3 cm van de onderkant op de ondergrondstof. Naai het ophangoogje aan de kap en appliqueer de kap boven de lantaarn.

Bevestig dubbelzijdig plakband strak langs de 4 randen van de 1ste kaart en plak het quiltje erop. Vouw overstekende stof naar de achterkant en zet vast met plakband. Stik de vier randen van het werkstuk door op 0,5 cm van de kant. Breng dubbelzijdig plakband aan langs de randen aan de achterkant en plak het werkstuk op de 2de kaart.

NB: patroon = spiegelbeeld!